Steun ons

Zestig jaar na begin van Tweede Vaticaans Concilie

17 oktober 2022
5 minuten

Op 11 oktober was het zestig jaar geleden dat paus Johannes XXIII (1958-1963) het Tweede Vaticaans Concilie opende. Het concilie zou na vier sessies op 8 december 1965 worden afgesloten. Bij de opening van het concilie was Erik Borgman vijf, bij de sluiting acht. Het concilie en de geschiedenis die erop volgde zouden zijn theologische leven bepalen. Een terugblik met gemengde gevoelens.

Door Erik Borgman

2.540 bisschoppen van over de hele wereld kwamen in oktober 1962 voor het eerst in Rome samen om te beraadslagen over de positie van de kerk in de eigen tijd. Paus Johannes XXIII gebruikte daarvoor het woord aggiornamento, bij de tijd brengen. Veelal werd dit opgevat als aanpassing van de kerk aan de eigen tijd, hetgeen sommigen toejuichten en door anderen per definitie als verraad werd beschouwd. De kerk had zich volgens hen te houden aan hetgeen God via Jezus Christus aan haar te geloven had toevertrouwd.

Nu was er in de periode voor het concilie door theologen en kerkhistorici veel studie gedaan naar de verhouding tussen continuïteit en vernieuwing in de traditie van de kerk. De visie die in veel van de documenten van het concilie zou doorwerken, stelde dat het geloof en de kerk zich vernieuwen door steeds opnieuw vanuit de vragen die zich voordoen terug te gaan naar de Bijbel en de rest van de traditie. Vanuit de nieuwe vragen komen de oude bronnen op een nieuwe manier tot spreken en zo werpen zij nieuw licht op de eigen tijd. De kerk blijft in deze visie dus trouw aan haar oorsprong door te veranderen.

Hermeneutische vragen

Dat laat nog genoeg vragen over. Hoe breng je bronnen dan opnieuw tot spreken en hoe bepaal je de grens tussen een authentieke interpretatie en het projecteren van een eigen visie op teksten? De vertegenwoordigers van de zogenoemde nouvelle théologie, die de dynamische visie op de traditie ontwikkelden, dachten over een aantal aspecten ook verschillend.

Aan het denken over deze ‘hermeneutisch’ genoemde vragen zou ik, in het kielzog van de Vlaams-Nederlandse dominicaan Edward Schillebeeckx (1914-2009) veel tijd en energie besteden. Dat begon al tijdens mijn studietijd. Met Schillebeeckx geloof ik dat de God die in de Bijbel en in de traditie van de kerk tot ons spreekt, nog altijd onder ons aanwezig is. Het is onze taak die aanwezigheid te ontdekken.

Tegenstanders

Maar er waren vanaf het begin ook tegenstanders van de beweging die het concilie maakte. Met name in de Romeinse curie, het centrale bestuur van de Rooms-Katholieke Kerk, vond men het door paus Johannes XXIII uitgeroepen concilie overbodig en gevaarlijk. Gevaarlijk, omdat je nooit wist welke standpunten naar boven zouden komen. Overbodig, omdat het Eerste Vaticaans Concilie wat hen betreft alle leerstellige vragen, ook die over de verhouding tussen de kerk en de wereld buiten haar, afdoende beantwoord had.

Vanuit de curie wilde men dan ook het concilie zo snel mogelijk afhandelen en men had documenten voorbereid die vooral de eerder ingenomen standpunten herhaalde.

Het concilie had echter zijn schaduw vooruit geworpen. Vanaf 1960 waren er op verzoek van de paus overal bijeenkomsten georganiseerd met het kader van katholieke organisaties. Lokale bisschoppen namen daar soms deel aan. Daarnaast hadden veel van hen het gevoel dat de curie vanaf de negentiende eeuw wel heel erg veel macht naar zich toe getrokken had. Zij waren haast gedegradeerd tot uitvoerders van curiebeleid dat naar hun ervaring vaak slecht aansloot bij wat in hun situatie nodig was.

Strijd vanaf het begin

De eerste werkvergadering van het concilie was op 13 oktober 1962 en op deze datum begon het concilie echt. Op de agenda stond de verkiezing van de leden van de commissies die de documenten moesten voorbereiden. De meeste bisschoppen kenden echter maar weinigen van hun collega’s: pas tijdens en na het concilie gingen bisschoppen veelvuldig met elkaar vergaderen. Er was door de curie een lijst verspreid van bisschoppen die in de voorbereidende commissies hadden gezeten en de suggestie was dat die ook maar het beste in de conciliaire commissies konden worden gekozen. Dat zou echter betekenen dat curieleden de commissies zouden domineren, zoals ze ook de voorbereidende commissies hadden gedomineerd.

Dat viel verkeerd. Er was geen discussie voorzien, maar toen de stemming op de eerste dag op het punt stond te beginnen, stond kardinaal Achille Liénart (1884-1973) van Lille op en stelde enkele dagen uitstel voor om zo de verschillende landen- en taalgroepen de kans te bieden een lijst te maken met geschikte kandidaten. Het voorstel werd gesteund door kardinaal Joseph Frings (1887-1978) van Keulen en kreeg – tegen de officiële instructies in – langdurig applaus. Het voorstel werd aangenomen verklaard en zo duurde de vergadering op de eerste dag niet langer dan een kwartier.

Polarisatie en ‘ecclesiologische winter’

De strijd tussen de curie en de meerderheid van de vergaderende bisschoppen zou voortduren en het concilie domineren. Deze strijd zou bovendien in de na-conciliaire periode verder worden gevoerd langs de weg van de interpretatie van de conciliedocumenten. In Nederland bij uitstek, maar ook in veel andere landen, leidde dit tot een verlammende polarisatie en tot wat men tegenwoordig wel aanduidt als een ‘ecclesiologische winter’. Uit angst voor uitwassen werden veel problemen niet gesignaleerd en geanalyseerd en kregen vernieuwende initiatieven op basis van meer avontuurlijk theologisch denken geen kans. Zonder daar verder over uit te weiden, stel ik vast dat dit voor velen persoonlijk vergaande consequenties heeft gehad. Ook voor mij.

Een aantal vernieuwers van hun kant keerden zich teleurgesteld van de kerk af en zochten aansluiting bij de dominante thema’s van de eigentijdse cultuur. Het effect was dat het vermogen om op basis van gelovige bezinning en theologisch denken verder te komen, steeds verder afnam. Er was met name in Nederland steeds minder geloof in de kracht van theologisch denken in verbinding met en als onderdeel van de levende traditie van de kerk.

Hoop

De kerk die steeds verder verdampt en de theologie versplinterd: ziedaar de oogst in Nederland, zestig jaar na de opening van het concilie. Dat ligt niet aan de conciliedocumenten, want die zijn nog altijd vernieuwend en van grote betekenis. Maar ik vind het verbijsterend dat er nog altijd geen breed gedeeld gevoel van urgentie is, of in ieder geval geen bestuurlijke aanpak die dat uitstraalt, om gericht en in samenhang na te denken over de toekomst van de kerk in onze streken.

Er zijn kleine, kwetsbare vernieuwende initiatieven in de kerk en die probeer ik met enkele anderen theologisch te ondersteunen. Er zijn jonge collega-theologen die verder willen en die probeer ik te helpen om zichtbaar te worden en te stimuleren theoloog te blijven. Ik werk verder aan het uitwerken en publiceren van mijn eigen theologische visie.

Geluk en verdriet

Ik had niets anders willen zijn dan theoloog, hoe ontmoedigend zwaar het de decennia van mijn werkende leven tot nu toe soms ook geweest is om het te zijn. De mede dankzij het concilie vernieuwende theologie is mijn geluk, en zij is een bron van verdriet. Ik zie steeds meer de gemiste kansen, de afslagen die niet zijn genomen, de stappen die niet zijn gezet en nog altijd niet worden gezet. En zelfs als ze nu wel gezet worden: ik kan niet voorkomen dat ik bedenk hoe anders het geweest zou zijn als er dertig jaar geleden een synodaal proces zou zijn afgekondigd en zou zijn gezegd dat alleen een kerk in staat van synode een echte kerk is, zoals paus Franciscus het onlangs heeft verwoord. En hoe anders was het gegaan als er in de theologie een benoemingsbeleid was gevoerd in de lijn van de uitspraak die paus Franciscus in 2014 deed:

"De theoloog die tevreden is met zijn volledige en sluitende gedachtegang, is onbeduidend. De goede theoloog … heeft een open, dat wil zeggen onvolledige gedachtegang, altijd open voor het maius van God en van de waarheid, altijd in ontwikkeling."

Maar gelukkig is het nu gezegd en is er nu een synodaal proces. Het is laat, maar nooit te laat.

 

 

 

Erik Borgman

Lees meer

Erik Borgman (1957, Amsterdam) is hoogleraar publieke theologie. Erik is rooms-katholiek en sinds 1999 geprofest lekendominicaan. Hij is gehuwd, vader van twee dochters en grootvader van twee kleinzoons. Hij is adviseur en columnist van de Bezieling. Enkele publicaties: … want de plaats waarop je staat is heilige grond (2008); Overlopen naar de barbaren (2011), Waar blijft de kerk (2015); Leven van wat komt (2017); Zielen winnen (2017); Alle dingen nieuw (2020) en De school als bouwplaats (2021). Zijn motto: “Ik probeer te leven vanuit het geloof dat waar we ook zijn, ons leven met Christus verborgen is in God (vgl. Kolossenzen. 3,3).”

Meer van deze auteur

Reacties

  1. Een paar jaar geleden heb ik mij uit laten schrijven uit de rooms-katholieke kerk. Ik ben wel nog op zoek naar de naam van de Kardinaal of Bisschop (naar ik meen) in Frankrijk die na het 2eVaticaanse zijn
    eigen kerkgang is gegaan. Ik kan het nergens vinden.
    Bij voorbaat dank voor Uw antwoord.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Verder lezen

Eerste week Advent 2022

Treurt
Treurt met de hemelen
Treur  alle mensen van goede wil
Treur en blaas op de midwinterhoorn

Treur om wie neerschieten zonder aanzien
Treur om wie kinderen, moeders, hoogbejaarden neerknallen
Treur om wie alle oorlogsrechten verpletteren
Treur om wie flats en scholen en ziekenhuizen niet ontzien
Treur om wie dorpen en steden verwoesten
Treur om alle verlies van menselijkheid

Treur  en blaas met heel je ademkracht omdat je de hoop niet opgeeft
Treur omdat je in vrede blijft geloven
Treur uit liefde voor alle kwetsbare onschuldige mensen
Treur zonder voorkeur
God houdt van iedere  mens die licht en liefde wil zijn

Treurt nu zoveel mensen op de vlucht moeten
Treurt om wie veilige herbergen in brand steken
Treurt zolang er getreurd moet worden
Zalig de treurenden die het goede voor ogen houden
Zalig de treurenden die gericht zijn op de Algoede


Marinus van den Berg
EERSTE ZONDAG VAN ADVENT
27 november 2022

Over de Bezieling

De Bezieling is een gratis online kwaliteitsmagazine voor mensen die op zoek zijn naar inspiratie, bemoediging en ankerpunten in het leven en daarbij nieuwsgierig zijn naar wat de christelijke traditie te bieden heeft.

Vrienden van de bezieling

De vriendenkring is in het leven geroepen om de basis van de Bezieling te verstevigen. De vrienden dragen in belangrijke mate bij aan de ontwikkeling en financiële stabiliteit van het platform.

Het lidmaatschap bedraagt 60 euro per jaar (méér mag) en kan op ieder moment ingaan. Als Vriend maak je de Bezieling mee mogelijk en daarmee de ontmoeting van hedendaags leven en christelijke spiritualiteit.

Aanmelding nieuwsbrief

Ja, ik wil op de hoogte blijven van nieuwe artikelen op de Bezieling!

cross