Steun ons

Overdenkingen - Een volslagen nieuw gebeuren

22 december 2021
6 minuten

Op 8 december overleed René Grotenhuis nadat in het voorjaar bij hem slokdarmkanker was geconstateerd. In aanloop naar een ingrijpende operatie schreef hij 16 korte overdenkingen. Ze worden hier in wekelijkse afleveringen gepubliceerd, zoals ze bedoeld waren (zie kader). Deel 8: 'Laat deze beker' en deel 9: 'Pippi Langkous'.

Door René Grotenhuis

Laat deze beker

Als ik op woensdag 13 oktober met Inge naar het UMC fiets om te horen of de eerst endoscopische verwijdering van de tumor afdoende is geweest, valt mij ineens het woord van Jezus in de Hof van Olijven in: ‘Laat deze beker aan mij voorbijgaan, maar niet mijn wil, maar uw wil geschiede.’ Het eerste deel kan ik van harte uitspreken en vurig beamen. Ik hoop heel erg dat het afdoende is. Dat ik geluk heb gehad en dat mij, dankzij deze aanpak van de specialist, een slokdarmoperatie bespaard blijft. Maar de voortekenen zijn niet geruststellend: we hebben een afspraak aansluitend aan het Multi-Disciplinair Overleg (MDO) op woensdag en ik vermoed dat ik op de agenda van dat MDO sta. Als het weefselonderzoek goed zou zijn, zou ik vast geen bespreekgeval zijn, denk ik. Dan zou men, denk ik, de oncologisch verpleegkundige vragen om mij van het heuglijke nieuws op de hoogte te stellen en een controle-afspraak te maken voor over een half jaar.

Met dat voorteken vraag me dus af of ik ook het tweede deel van deze tekst van Jezus kan beamen: niet mijn wil maar uw wil geschiede. Dan aarzel ik. Ik weet dat er eigenlijk geen keuze is als de uitslag niet positief is, maar of ik het echt kan beamen, dat is nog wel iets anders. Het duurt nog wel even voor ik daarin verder kom. Ik word daarbij geholpen door Willen-Jan Otten als ik zijn bundel ‘Droomportaal’ lees. Het boek ligt al even op de stapel. Otten komt in zijn essays in de bundel meerdere malen terug op zijn begrijpen van het leven als een voortdurende rite de passage. We gaan, zo schrijft hij, in ons leven telkens van de ene in de andere fase. Als je van man echtgenoot of levenspartner wordt, als je van echtgenoot vader wordt, als je van werkende gepensioneerde wordt, steeds ga je een grens over naar onbekend gebied waar je nog niet was. Ik herken dat en vooral ook dat je niet weet waar je in terecht komt. Ik herinner me nog levendig van de geboorte van ons eerste kind dat ik daarna besefte: mijn leven zal nooit meer zijn zoals het voor haar geboorte was. Ook al wilde ik het van harte, dan nog zet het heel mijn leven in een ander licht.

En steeds is het de vraag, zo schrijft Otten, of je die nieuwe fase werkelijk tot je toelaat en omarmt als jouw leven. Er is altijd de verleiding om er naar te kijken met de vraag of dit was wat je wilde, of je hier echt voor had gekozen. Het is verleidelijk om te denken dat het leven je een poets bakt, je ergens in getrokken heeft waar je niet wil zijn.

Ik realiseer me dat ik na de boodschap van die woensdagmiddag in zo’n rite de passage ben gekomen. Als de endoscopische verwijdering was gelukt, had ik mijn leven kunnen doorzetten zoals ik gewend was. Dan was deze tumor een rimpeling geweest die een paar weken later niet meer te zien was. Nu ben ik in een nieuwe fase van mijn leven terecht gekomen, die van een mens van wie het leven overhoop gehaald wordt door slokdarmkanker met ingrijpende gevolgen voor mijn levensstijl. Wil ik dat zijn, dat is de vraag die Otten mij voorhoudt en het is die vraag die Jezus in de Hof van Olijven bezighoudt.

Tegelijkertijd voel ik een zekere schroom als ik die tekst uit de Hof van Olijven op mij van toepassing laat zijn. Ik leef in een welvarend Nederland, ben omringd door de beste gezondheidszorg die denkbaar is, door Inge, kinderen en vrienden die bij me zijn, ook als ik straks op de operatietafel lig. Hoe kan ik mij vergelijken met Jezus die in de steek gelaten wordt door zijn vrienden en een lijdensweg moet ondergaan en een vernederende dood. In de woke-cultuur zou dat vast als een onacceptabele culturele toeëigening worden gezien. Gelukkig is in Jezus ruimte waarin ieder mens mag wonen en waar je niet de maat wordt genomen. Maar dat tweede deel van de tekst blijft, ondanks de hulp van Willen-Jan Otten, een worsteling.

Pippi Langkous

‘Hoe ben je eronder’ is een vraag die mij de afgelopen maanden vaak wordt gesteld. Het is blijkbaar de vraag die onderdeel is geworden van de basiscommunicatie van artsen en verpleegkundigen. Het is een goede vraag, hij is open en vult niets in en geeft jezelf de gelegenheid de woorden te vinden die op dat moment passen bij je situatie. Die vraag stelt een van mijn schoonzussen ook als we de broers en zussen van Inge ontmoeten voor een gezamenlijke herfstwandeling bij de Oisterwijkse vennen. Het is een paar dagen nadat ik hun heb laten weten dat de eerste poging om de tumor te verwijderen niet afdoende is geweest en een ingrijpende operatie onvermijdelijk is.

Ineens valt mij de volgende zin van Pippi Langkous in uit het boek van Astrid Lindgren: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan’. Ik parafraseer die tot ‘Ik heb het nog nooit meegemaakt, dus ik denk wel dat ik het aan kan.’

Ik heb het inderdaad nog nooit meegemaakt. Het is een volslagen nieuw gebeuren en alle informatie die ik in de loop van het proces krijg, lost dat niet op. In het eerste gesprek op het UMC waar de diagnose ‘tumor in de slokdarm’ definitief wordt, schetst de arts direct de twee opties: óf een niet ingrijpende endoscopische verwijdering óf een grote operatie van slokdarm en maag. Als Inge vraagt hoe we ons op die beide opties kunnen voorbereiden, wijst de arts ons op de patiëntenvereniging en hun brochure ‘Leven met een buismaag’. Dat bevestigt in ieder geval dat het heel ingrijpend is als de tweede optie werkelijkheid wordt. De brochure beschrijft in alfabetische volgorde 53 gevolgen die kunnen optreden, variërend van angst en depressie via gewichtsverlies en hongerverlies naar stembandzenuwbeschadiging en zweten. Als ik bij de G ben gekomen, houd ik ermee op, niet alleen omdat het bij elkaar teveel aan klachten en problemen is, maar vooral omdat ik niet weet wat het betekent. Ik heb het nog nooit meegemaakt en de informatie op zichzelf maakt niet dat ik kan voorstellen wat het betekent. Dat herhaalt zich in de vervolggesprekken met de oncologisch verpleegkundige, de diëtiste en de anesthesioloog. Ze doen alle moeite om  te informeren en mij voor te bereiden op wat mij te wachten staat. Ze benadrukken dat het een ingrijpende operatie is en flinke consequenties heeft. Op mijn vraag hoe lang ik mijn activiteiten (projecten, stichtingsbesturen) zou moeten onderbreken zegt de chirurg zonder aarzelen: reken ik ieder geval op drie maanden. De verpleegkundige en diëtiste vertellen mij dat de zenuw die vanuit de maag hongersignalen naar de hersens doorstuurt door de operatie zal worden doorgesneden en dat deze zich ook niet herstelt. Het hongergevoel blijft dus weg. Ik hoor het en de diëtiste benadrukt dat het daarom belangrijk is om gedisciplineerd om de twee uur steeds kleine hoeveelheden te eten. Maar ik weet dan nog niet wat het  betekent dat er geen hongergevoel meer is. Ik zal het pas ondervinden als het zover is. Pas dan weet ik wat het met me doet.

Maar hoe zit het dan met dat tweede deel van Pippi Langkous’ uitspraak? Is de gedachte dat ik het wel aankan vooral een uitdrukking van het niet weten, van het niet beseffen wat deze operatie met mij zal doen? Het is natuurlijk een uitspraak die getuigt van naïviteit, maar toch neem ik ook dat tweede deel voor mijn rekening. Ik vertrouw erop dat ik het aankan. Dat vertrouwen is niet gebaseerd op eerdere ervaring, want ik heb eerst vastgesteld dat ik zoiets nog nooit heb meegemaakt. Misschien is het die oude katholieke ‘kracht naar kruis’ gedachte: dat je als mens de kracht krijgt om het kruis dat je moet dragen ook daadwerkelijk te dragen.

Ode aan René

Wat niemand verwachtte gebeurde toch. Op 8 december overleed René Grotenhuis, nadat in het voorjaar bij hem slokdarmkanker was vastgesteld. Over het ziekteproces en de aanloop naar een noodzakelijke operatie schreef René overwegingen – rustig, evenwichtig en precies. Zelf wél rekening houdend met het ‘onvoorstelbare’. Acht overdenkingen verschenen reeds op de Bezieling. In overleg met zijn familie publiceren wij hier de overige, in wekelijkse afleveringen, zoals bedoeld. Uit eerbetoon én omdat ze de moeite waard zijn: Schetsen over de waarde van het leven op de drempel van de dood.

 

René Grotenhuis

Lees meer

René Grotenhuis (1951) studeerde theologie en was zes jaar werkzaam als pastoraal werker in de wijk Ondiep (Utrecht). Daarna werkte hij o.a. als directeur in de thuiszorg, voor Pharos, kenniscentrum voor vluchtelingen en gezondheidszorg en (tot 2013) als algemeen directeur van Cordaid. Hij was vicevoorzitter van VKMO (Vereniging van Katholieke Maatschappelijke Organisaties). Hij schreef ‘Van Macht ontdaan” (2015) en ‘Zout’ (2020) over de betekenis van de christelijke traditie in onze tijd. Tot aan zijn overlijden, 8 december 2021, was René columnist, voorzitter van het bestuur en hoofdredacteur van de Bezieling.

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Verder lezen

Over de Bezieling

De Bezieling is een gratis online kwaliteitsmagazine voor mensen die op zoek zijn naar inspiratie, bemoediging en ankerpunten in het leven en daarbij nieuwsgierig zijn naar wat de christelijke traditie te bieden heeft.

Vrienden van de bezieling

Als ‘Vriend van de Bezieling’ heb je een streepje voor. Je deelt mee in drie extra’s, exclusief voor de vrienden:

  • ontmoet je favoriete Bezielingmedewerker
  • ontvang gratis ons jaarboek
  • neem deel aan het tentoonstellingsbezoek.

Het lidmaatschap kost 60 euro per jaar (méér mag) en kan op ieder moment ingaan. Als Vriend draag je bij aan een stabiele basis voor de Bezieling en daarmee aan de ontmoeting van hedendaags leven en christelijke spiritualiteit.

Volg de bezieling

Aanmelding nieuwsbrief

cross