Steun ons

"Mensen die zeggen: 'het klopt niet wat ik geleerd heb over God', die raad ik dit boek aan" - zenmonnik over God 9.0

22 oktober 2022
12 minuten

Broeder Peter Teller-Weyers is monnik in het trappistenklooster in Zundert en beoefenaar van de zenmeditatie. Tevens bestiert hij de abdij(boek)winkel. Daar prijst hij bij zijn klanten regelmatig het boek 'God 9.0' aan (zie kader hieronder). Vertaler van het boek, predikant Piet Veldhuizen, sprak met hem, over zijn leven als zen-mediterende monnik in een christelijk klooster en over de rol die het boek 'God 9.0' daarin speelt.

Door Piet van Veldhuizen

Peter Teller-Weyers was ooit parochiepriester in Duisburg. Hoe kwam hij vanuit de drukte van het Ruhrgebied in de stilte van een West-Brabants klooster terecht?

“Ik ben hier omdat ik merkte dat ik het geloof waarmee ik voor een parochie stond, meer en meer kwijtraakte. Als parochiepriester kreeg ik er steeds een parochie bij en nog een. Het was in de tijd dat er nog niet gefuseerd werd maar dat een pastoor meerdere parochies overnam en van hot naar her moest rennen om voor alles en iedereen te zorgen. Ik deed mijn best. Ik vond dat je iedereen moest helpen en erbij moest houden. Maar op een gegeven moment kon en wilde ik het niet meer.

In die crisis ben ik begonnen te mediteren. Ik moest de diepte in en niet de breedte. Eerst zocht ik gelegenheden voor meditatie in een christelijke omgeving. Mijn gevoel was direct: van meditatie moet ik meer hebben. Zo heb ik toen de zen ontdekt.

In die tijd las ik in een boek dat er in Nederland een Benedictijns klooster zou bestaan waar ze zenmeditatie in hun dagorde opgenomen hebben, maar welk klooster dat was, wist ik niet. Via internet ben ik op zoek gegaan. Ik ben eerst in de Slangenburg gaan kijken, dat was dichtbij, maar de omgeving was niets voor mij, die donkere lage gebouwen. Daarna kwam ik hier en ik was meteen verliefd op de lege kerkruimte. Ik ben eerst op meditatiecursus geweest, destijds nog met de voormalige abt Jeroen Witkam. Bij mijn volgende bezoek ben ik in gesprek gegaan met de novicenmeester.

Zundert bleek niet de plek uit dat boek te zijn, waar zen deel is van de dagorde van de monniken. Zo’n gemeenschap schijnt er ergens in België geweest te zijn, maar of die nog bestaat, weet ik niet eens. Ik ben nu alweer zoveel jaren hier. Ik zeg altijd dat ik hier via een vergissing naartoe ben geleid.

Op dit moment is broeder Peter de enige van de monniken die nog zen beoefent in het trappistenklooster en  ook zen-retraites begeleidt. Het maakt deel uit van zijn eigen zoektocht en van zijn roeping. 

Toen de vroegere ‘zenbroeders’ de een na de ander weggingen, was het de vraag of de zen-beoefening voortgezet zou worden. Voor mij was het belangrijk dat ik zen-sesshins (retraites) kon meemaken, hoe dan ook. Mensen bleven zich aanmelden voor retraites. Toen ben ik erin gesprongen, sneller dan ik van plan was. In het begin dacht ik: nu  moet je een echte zenleraar worden. Maar dat heb ik heel snel opgegeven. Ik word geen leraar, ik doe het als monnik, ik hoef geen bevoegdheid. Het maakt niet uit of je een titel hebt: je hebt iets te vertellen, of niet.

Over ‘iets te vertellen hebben’ gesproken: broeder Peter moet er niet aan denken dat hij nog steeds, zoals vroeger in de parochie, zondagse preken zou moeten houden. Maar hij houdt wél graag de teisho, de toespraak van de zenmeester, die gewoonlijk de enige gesproken tekst is tijdens een dag zenmeditatie. Wat is dan het verschil?

Zondags preken doe ik niet meer, ik kan niet meer. Ik ben vol energie, maar als het om prediking gaat voel ik een innerlijke verlamming. De meeste kerkgangers in de parochie zijn niet mensen met wie ik intensief in gesprek ben, op zoek naar diepte en nieuwe wegen. Er is zoveel gewoonte, het kader van het zondagse ritueel. Natuurlijk hebben die mensen op hun manier ook bemoediging nodig, maar het is zo vastgebakken in een geloofssysteem. Er is zoveel van tevoren vastgelegd en tegelijk zoveel wat niet aan de orde kan komen. Een preek moet bovendien altijd over een vastgestelde Bijbeltekst gaan, volgens een leesrooster. Zondag van de Goede Herder, dus je zit aan die tekst vast – het maakt me zo moe, steeds weer die tekst redden. Ik ben het moe om teksten te redden.

Met de teisho’s tijdens meditatiedagen is het anders: ik begin mijn boodschap vrij. En ik ben in verbinding met de mensen, ze hebben ervoor gekozen om de diepte in te gaan en de stilte te zoeken. Dus de setting is een heel andere.

Als ik een teisho uitspreek, doe ik dat ook als priester, ik geef iets door van waar mijn hart vol van is. Ik geniet ervan om iets te mogen zeggen over waar ik mee bezig ben, wat mij triggert. Ook de spanning met het christelijk geloof komt ter sprake, maar intussen doe ik het in een klooster, als het even kan zoek ik ook een verbinding. Dan is het misschien geen pure zen volgens het boekje meer, maar dat maakt niet uit.

Ergens in een boeddhistische soetra (vers, aforisme) wordt gezegd: je moet je niet door de soetra laten rondslingeren, jij zelf moet de soetra rondslingeren. Vaak zeggen we: daar is de tekst en daar moet ik nu iets mee, ik moet erom cirkelen en doen. Ik ben dan alleen een windje, ik heb geen innerlijk centrum. Maar het kan ook omgekeerd. Als een tekst mij triggert, slinger ik die rond en haal ik de essentie eruit. Het gaat er niet om dat je alleen dat neemt wat bij je past en daarvan je eigen wereld maakt. Het gaat erom dat je je ontwikkelt door de resonantie die er is tussen een tekst en jouzelf.

Als ik het goed begrijp, wil broeder Peter wél zelf in de christelijke traditie staan (hoe zou hij het anders uithouden binnen de muren en de liturgische orde van een klooster), maar hij wil niet dat Bijbel en traditie als een absolute waarheid boven en buiten alle kritiek staan.

Dat vind ik ook een wel punt bij het boek God 9.0. De Bijbel staat erboven. Bij alle hoofdstukken worden teksten uit de Bijbel genoemd, dus dat boek staat niet ter discussie. Het hoort niet bij één van de ontwikkelingsstadia, het staat boven het geheel. Jezus trouwens ook. Als ze hem nu Christus hadden genoemd, was het nog weer anders; maar ook de mens Jezus staat boven en buiten alle stadia. Misschien is het toch weer een van de drijfveren van de auteurs, iets te redden van wat we altijd geloofd hebben.

Daarmee zijn we eindelijk bij het boek aangekomen. Waarom hij het eerste exemplaar bestelde, weet hij niet meer. Hij zoekt voor de winkel titels op het internet. Ken Wilber (de Amerikaanse spirituele filosoof, die het boek aanbeveelt) kan een zoekterm geweest zijn, want van hem heeft broeder Peter vrijwel alles gelezen. Of het kan via de naam van Richard Rohr zijn gegaan, de franciscaanse monnik die in God 9.0 een uitgebreid voorwoord heeft geschreven. Waarom heeft hij het boek op voorraad in de abdijwinkel, en wanneer beveelt u het bij klanten aan?

Het boek helpt als mensen aan het worstelen zijn met hun godsbeeld. Dat merk je als je in de winkel met hen aan de praat komt. Als je merkt dat ze zich aan het ontwikkelen zijn, dan is het een duwtje in de goede richting. De herkenning, dat vind ik een van de grootste pluspunten van het boek. Dat je je eigen weg herkent, de ontwikkeling van je geloof en je godsbeeld.

Ik zit hier in de winkel, en dan vragen mensen: heb je laatst nog een boek gelezen waar je veel aan had? Dan kom ik heel snel bij God 9.0 uit. Maar ik voel ook wel weerstand bij mensen. Het maakt ze soms bang omdat geloofswaarheden gerelativeerd worden, uit de blauwe veiligheid gehaald worden. Dus ik ben ook voorzichtig, maar als mensen zeggen: wat ik over God geleerd heb, klopt volgens mij niet - dan raad ik hun dit boek aan.

Soms hebben mensen moeite met het boek omdat het de werkelijkheid heel sterk ordent in een schema. Het is een model, met die negen lagen met elk hun kleur en betekenis. 

Iemand bladerde in het boek en zei: het klinkt als de gebruiksaanwijzing van een magnetron. Ja, het is heel schematisch. Maar ik denk graag schematisch, dus mij sprak het aan, logisch en verstandelijk. De vraag is wel: kun je alles in zo’n systeem brengen? Bij Ken Wilber zie je dat ook. Hij moet zijn schema’s steeds uitbreiden, want er klopt nog iets niet: je hebt lagen, staten, kwadranten, types.

Een aspect van zo’n schema is ook dat het suggereert dat sommige mensen ‘al verder’ zijn terwijl anderen ‘zo ver nog niet zijn’. Hoe kijkt u naar zulke waardeoordelen? 

Ik heb er moeite mee het waardeoordeel helemaal los te laten. Je wilt verder, niet terug. Ik ben allergisch voor krachten die proberen je terug te trekken in oude vormen van geloof. Dus als ik zie dat mensen zich laten vasthouden door een systeem van macht en angst (via zonde en vergeving en zo), dan heb ik wel moeite om ze met rust te laten. Dan denk ik: jullie zijn bang om je veiligheid en houvast te verliezen. Natuurlijk ben ik dan al aan het oordelen. Tegelijkertijd kan ik niet anders dan iemand laten waar hij is. Kijk, als mensen zich hebben aangemeld voor een zencursus, dan kan ik hen confronteren met wat ik te vertellen heb, dan zit daar een keuze achter. Kortom – ik wil graag iemand van de ruimte zijn, maar als ik zie dat iemand weigert om los te laten… dan ben ik niet helemaal vrij van denken in lager en hoger.

Na de hoofdstukken over de negen lagen of stadia in de ontwikkeling van ons bewustzijn volgt er in het boek God 9.0 een verhandeling over mystieke ervaring, onderverdeeld in vier staten of toestanden van mystieke verzinking. Spreekt dat een zenbeoefenaar aan?

Dat is waar ik juist moeite met het boek heb. Daar heb ik pas echt de indruk dat de werkelijkheid in een schema wordt geperst. Het boek zegt dat je in alle lagen mystieke ervaringen kunt beleven. Die ervaringen worden vervolgens in vier staten of toestanden ingedeeld.

Ik heb er moeite mee dat er over mystiek alleen in termen van die staten (van tijdelijk veranderd bewustzijn) wordt gesproken. De fantasie is dan dat mystiek iets heeft met vervoering. Hoe sterker de vervoering is, des te dieper kom je in de staten.

Voor mij is mystiek vooral een levenshouding. Ik heb ook het vermoeden dat de lagen turquoise en koraal erg mystieke lagen zouden kunnen zijn, maar niet in de vorm van staten of toestanden waarin je iets bijzonders voelt of ervaart. Wat ik in de zittende meditatie doe, dat is voor mij mystiek. Maar beleven doe ik daar niks. Ik beleef dat ik daar zit en adem en met mijn gedachten altijd weer die beweging ga: waarnemen, loslaten, en dat steeds weer. Dus ik heb geen momenten van vervoering, die heb ik nog heel weinig beleefd in mijn zitten.

Dus terwijl het boek het vooral heeft over mystieke ervaring als iets wat je overkomt, is mystiek voor u vooral iets wat u beoefent. Klopt dat? 

Ja, die staten van vervoering zijn allemaal tijdelijk, van korte duur. Dat wordt in zen ook als een valkuil gezien, dat je een ervaring hebt gehad en daarnaar verlang je voortaan terug: je zit en wacht en wacht en wacht. Natuurlijk is het bij mij ook begonnen met diepe ervaringen van vinden waarnaar je verlangde. Het zou mooi zijn als ik het nog een keer zo diep beleef, maar dat is een valkuil. Dan ben ik bezig met wat ik niet heb, dan ben ik niet hier. Waar het om gaat is gewoon: laten zijn wat is.

Dus mystiek als levenshouding is voor mij eigenlijk gewoon ‘zijn’. Tijdens de meditatie creëer je een soort laboratoriumsituatie: ik mag gewoon zitten en waarnemen, ik reduceer mijn ik-activiteit zover mogelijk. Maar de kunst is natuurlijk om dat dichtbij te houden in heel het gewone leven. Ik drink een kopje thee en ik weet dat ik een kopje thee drink. Ik neem de thee in mijn mond en ik weet dat ik het in mijn mond neem, dat de thee heet is – in elke stap aanwezig zijn en niet anders willen. Dat is mystiek. En dat heeft niets met die staten te maken.

In het boek God 9.0 zou dat bij de eerste toestand worden gerekend, die van de volle aandacht, het mindfulle leven.

Als zen-man zeg ik: God voltrekt zich in alles wat gebeurt, hij voltrekt zich in het kopje als kopje, hij voltrekt zich in mij als mij. God is de grond van alles en ik kan door alle dingen heen tot op God kijken. Welbeschouwd is God dan niet alleen maar de grond: alles is een goddelijk gebeuren. Voor mij is dat niet alleen de eerste staat, voor mij is dit alles.

Er wordt dan wel over non-dualiteit gesproken. In het boek komt dat al bij de gele laag ter sprake, maar ik zou daar voorzichtiger mee zijn. Zodra je het erover hebt, spreek je als het ware van buiten over non-dualiteit en dan is het niet non-duaal meer. Je eigen innerlijke gebeuren van buiten bekijken, dat kan in geel nog prima, maar dat laat ook zien dat de eenheidservaring daar nog erg begrensd is.

Mystiek als beoefening, als integraal aspect van het bewustzijn, hangt volgens broeder Peter samen met de hogere lagen in het model van God 9.0. Hij herinnert eraan dat ook volgens Ken Wilber de lagen en staten steeds meer convergeren hoe verder je erin komt.

Tilmann Haberer (een van de auters) spreekt in zijn nieuwe boek niet over lagen maar over ruimtes. Dat spreekt mij aan: er is een open ruimte en daar gebeuren dingen, en ikzelf gebeur ook in die ruimte. Ik vermoed (dat is mijn intuïtie) dat je in koraal, het laatste bewustzijnsstadium volgens God 9.0, om je heen kijkt en zegt: ik ben dit alles. Dit, alles wat is, is ik. Dat ga je dan zuiver van binnenuit beleven. Dan worden laag en staat van bewustzijn één.

Maar zolang we daar niet zijn, kunnen we de troost van een mystieke ervaring van heelheid of eenheid toch goed gebruiken?

Belangrijk is niet dat ik het ervaar, maar dat het er is. Zo’n eenheidservaring laat mij voelen hoe de werkelijkheid in elkaar zit, of hoe ze óók in elkaar zit. In de zenliteratuur worden verlichtingservaringen vaak zo beschreven dat opeens je ogen opengaan voor iets wat altijd al zo geweest is. Opeens lach je, uitbundig, omdat je merkt: dit was altijd al zo. Als ik dat een keer ervaren heb, is het niet zo belangrijk of de ervaring zich nog een keer zal herhalen: ik weet inmiddels immers dat het zo is.

Dat spreekt mij aan in zen. Wij christenen kijken altijd naar een doel. We moeten naar God, naar het Koninkrijk van God, of het koninkrijk komt naar ons toe. We zeggen dat we verlost zijn maar we zijn het nog niet echt, we moeten nog ergens naar toe, er moet nog iets gebeuren. We kijken altijd vanuit het ik naar God en dan is God toch een overstijgende instantie of een tegenover. Maar in zen kijk ik vanuit de andere richting. Ik ken vanuit het absolute, het universele. Ik ben het universum; of ik ben gewoon die lege ruimte waarin alle dingen gebeuren. Ik ga zitten omdat ik verlicht ben, omdat ik boeddha ben, dus ik probeer in die werkelijkheid te gaan zitten die ik zelf nog niet altijd ervaar. Ik ben verlicht, ik ben verlost.

In feite geldt dat ook in het christelijk geloof. We zeggen dat we in het doopsel in Christus gestorven en verrezen zijn, we hebben de Verrijzenis al achter ons. De eeuwigheid is er. Alles is er. Dat zeggen we bij elke zencursus: je hoeft niets te bereiken, alles is. Ga gewoon zitten en alles is. Ik vind dat een heel mooie gedachte. Dan wordt al het andere relatief.

Als het niet om de ervaring gaat, en als je niets hoeft te bereiken, voegt al dat zitten in zen in wezen ook niets toe. Waarom gaat u dan toch telkens weer zitten?

Omdat ik het nodig heb. Het hele leven wordt meditatie, maar omgekeerd is de meditatie steeds weer waar alles opnieuw begint. Je hebt gelijk: als je dat begrepen hebt, hoeft het misschien niet meer. Maar ik heb het toch nog nodig: het telkens opnieuw transparant laten worden van het ik.

Hier is de cirkel van het gesprek rond, want toen ik aan het begin aan broeder Peter vroeg: wie ben je? - waren zijn eerste woorden: “Ik ben meer en meer Peter.”


Broeder Peter Teller Weyers (1959, Kevelaer) was van 1986 tot 2009 diocesaan priester in het bisdom Münster. In 2009 trad hij in in de trappistenabdij Maria Toevlucht in het Nederlandse Zundert. In 2014 legde hij daar zijn plechtige geloften af.

Piet van Veldhuizen studeerde theologie en sociale ethiek in Utrecht, Lublin en Warschau, en promoveerde in 2004 met een dissertatie in de bijbelwetenschappen. Hij is werkzaam in Hendrik-Ido-Ambacht als protestants predikant. Hij vertaalde het boek God 9.0 evenals boeken van Jonathan Sacks en Pádraig Ó Tuama. Van Veldhuizen is tevens tekstschrijver voor diverse bladen over bijbelexegese en 'paranormale' verschijnselen.

 

God mens en wereld in negen fasen

Predikant Piet van Veldhuizen is vertaler van het boek God 9.0, De spirituele groeikansen van het christendom dat oorspronkelijk in het Duits verscheen. Het boek beschrijft negen verschillende mens-, wereld- en godsbeelden. Ieder beeld kun je verbinden met een fase in de ontwikkeling van de mens: 1. zuigeling, 2. peuter, 3. kleuter, 4. adolescent, 5. jongvolwassene, 6. rijpere volwassene, 7. postmoderne mens, 8. globalist, 9. mens van de toekomst. Tegelijk corresponderen die fases weer min of meer met maatschappelijke en culturele evoluties: 1. paleoliticum, 2. steentijd, 3. stadsstaten en neolitische revolutie: opkomst van de landbouw, 4. grote staten van Egypte tot in de middeleeuwen, 5. moderne tijd: renaissance en verlichting, 6. negentiende eeuw en eerste helft twintigste eeuw, 7. de laatst zestig jaar: postmodernisme, 8. de laatste dertig jaar: globalistisch-holistisch tijdperk, 9. de onbekende toekomst. De auteurs gaven iedere fase een kleur. Zo ontstond het volgende schema:

 

 

 

Bron: Tijdschrift voor Geestelijk Levennr. 2022/3, themanummer: God 9.0 De spirituele diversiteit in de samenleving. Voor informatie over TGL zie www.tgl.be. Besteladres Nederland: ahmmetz1941@kpnmail.nl. Besteladres België: abonnementenTGL@kerknet.be. Kosten per los nummer: € 8,50 plus verzendkosten.

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Verder lezen

Eerste week Advent 2022

Treurt
Treurt met de hemelen
Treur  alle mensen van goede wil
Treur en blaas op de midwinterhoorn

Treur om wie neerschieten zonder aanzien
Treur om wie kinderen, moeders, hoogbejaarden neerknallen
Treur om wie alle oorlogsrechten verpletteren
Treur om wie flats en scholen en ziekenhuizen niet ontzien
Treur om wie dorpen en steden verwoesten
Treur om alle verlies van menselijkheid

Treur  en blaas met heel je ademkracht omdat je de hoop niet opgeeft
Treur omdat je in vrede blijft geloven
Treur uit liefde voor alle kwetsbare onschuldige mensen
Treur zonder voorkeur
God houdt van iedere  mens die licht en liefde wil zijn

Treurt nu zoveel mensen op de vlucht moeten
Treurt om wie veilige herbergen in brand steken
Treurt zolang er getreurd moet worden
Zalig de treurenden die het goede voor ogen houden
Zalig de treurenden die gericht zijn op de Algoede


Marinus van den Berg
EERSTE ZONDAG VAN ADVENT
27 november 2022

Over de Bezieling

De Bezieling is een gratis online kwaliteitsmagazine voor mensen die op zoek zijn naar inspiratie, bemoediging en ankerpunten in het leven en daarbij nieuwsgierig zijn naar wat de christelijke traditie te bieden heeft.

Vrienden van de bezieling

De vriendenkring is in het leven geroepen om de basis van de Bezieling te verstevigen. De vrienden dragen in belangrijke mate bij aan de ontwikkeling en financiële stabiliteit van het platform.

Het lidmaatschap bedraagt 60 euro per jaar (méér mag) en kan op ieder moment ingaan. Als Vriend maak je de Bezieling mee mogelijk en daarmee de ontmoeting van hedendaags leven en christelijke spiritualiteit.

Aanmelding nieuwsbrief

Ja, ik wil op de hoogte blijven van nieuwe artikelen op de Bezieling!

cross