Steun ons

Meerstromenland als bedding voor ons (a)religieuze leven

24 januari 2022
10 minuten

Ons leven en ons zoeken naar zingeving heeft vaak iets van een onstuimige rivier. De traditie geeft aan die rivier een bedding, niet dwingend maar toch. Dat is een van de beelden waarmee kerkhistoricus Peter Nissen de verhouding tussen vrijheid en bepaaldheid uiteenzet. Geloof is tegenwoordig veel meer een vrije keuze. Maar die keuze begint niet bij nul.

Door Peter Nissen

Kent u het sprookje van het blaadje dat vrij wilde zijn? Het is een kort en droevig sprookje. Er was eens een blaadje dat steeds maar droomde over hoe fijn het zou zijn om helemaal vrij te zijn, niet altijd aan diezelfde tak vast te zitten, maar vrij door de lucht te kunnen zweven, zoals de vogels. Het blaadje deed dan ook ontzettend zijn best om los te komen van de boom. En plotsklaps lukte dat: het blaadje maakte zich los van de boom en waaide weg in de wind. Het voelde zich vrij, eindelijk. Maar na een dag al verdorde het blaadje en viel dood op de grond. Het was voorbij met zijn vrijheid.

Vrijheid en verbondenheid

Vrijheid heeft voeding nodig, en voeding vraagt om verbondenheid met iets dat die voeding kan bieden. Zo is het ook in de wereld van geloof en zingeving. “Geloof begint bij jou”, zo luidde een jaar of zeven geleden de leuze in een reclamecampagne van een vrijzinnig kerkgenootschap in Nederland. Het is op een bepaalde manier waar, maar op een bepaalde manier ook niet. Voor de moderne westerling in de 21ste eeuw is geloof een optie geworden, een kwestie van eigen en vrije keuze. Het begint dus in dat opzicht bij jezelf. Dat is het resultaat van de historische ontwikkeling die de Canadese filosoof Charles Taylor in zijn magistrale boek A Secular Age uit 2007 heeft beschreven: van een cultureel gegeven vanzelfsprekendheid is geloof een kwestie van individuele keuze geworden. Als het niet van jou komt, geldt het als onecht, als niet authentiek.

"Geloven is ook je scharen in een traditie, die er al lang was voor dat jij er was"

Maar op een bepaalde manier is het ook niet waar. Want geloven is ook je scharen in een traditie, in een geschiedenis. Die was er al lang voor jij er was. Wij bedenken niet alles zelf. Het geloof gaat op een bepaalde manier aan ons vooraf. Het wordt ons gegeven. Wij komen uit die traditie voort, als blaadjes aan een boom, als ranken aan een wijnstok. In het evangelie volgens Johannes gebruikt Jezus het beeld van de wijnstok voor zichzelf (15, 1-8). In de Hebreeuwse Bijbel komt de wijnstok regelmatig voor als een beeld voor Israël: je gelooft in verbondenheid met de geschiedenis van het Godsvolk. Maar Jezus past het toe op zichzelf. De uitspraak is een van de zogenaamde 'Egó eimí'-uitspraken: ik ben. Daarvan staan er zeven in het Johannesevangelie en dit is de laatste: “Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer”. Jezus begint er zijn lange afscheidstoespraak mee die bij Johannes drie hoofdstukken vult (Johannes 15-17). Hij bemoedigt zijn vrienden: binnenkort zal ik niet meer fysiek in jullie midden zijn, maar wij blijven met elkaar verbonden, zoals ranken met een wijnstok verbonden zijn. Zonder die verbondenheid worden ze onvruchtbaar en sterven ze af – zoals het blaadje uit het sprookje. Blijf dus met mij verbonden, zegt Jezus: “Zonder mij kun je niets doen” (Johannes 15, 5).

Geloof begint bij jou, maar dus ook niet: geloof begint bij de bron die je voedt, bij de wijnstok die vrucht geeft aan de ranken. Zo’n bron of wijnstok kan de traditie zijn waarin je geaard bent. Het woord ‘aarden’ brengt ons bij het beeld van de aarde en haar vruchten. Het is een van de vele beelden voor wat traditie voor ons kan betekenen. Zij kan een keurslijf zijn, een gevangenis, een kluister, maar zij kan ook voedingsbodem zijn of bedding. Wij zijn allemaal geworteld, eenvoudig door wie wij zijn, waar wij vandaan komen, waar wij geboren en opgegroeid zijn. Ik ben, zoals waarschijnlijk het overgrote deel van de lezers, geworteld in de Europese cultuur en samenleving, die getekend is door de eeuwenlange dominantie van het christendom, maar ook door het humanisme, door de Verlichting en door de moderniteit. Die wortels hebben wij, of wij dat nu willen of niet, en of wij het nu leuk vinden of niet. Het is geen kwestie van keuze, het is niet het resultaat van onze vrijheid. De vrijheid bestaat in hoe wij ons verhouden tot dat verworteld zijn.

Traditie als verworteling

Wij hebben allemaal al wortels die diep de grond in gaan, al beseffen wij niet altijd hoe diep. Religieuze wortels hebben vrijwel alle mensen, maar de aard ervan is afhankelijk van de cultuur waarin mensen zijn opgegroeid en gesocialiseerd, van de traditie dus. De Engelse antropoloog en religiewetenschapper Harvey Whitehouse heeft op basis van onderzoek in verschillende cultuurgemeenschappen een typologie ontwikkeld van modaliteiten van religiositeit, ‘modes of religiosity’. Die verbindt hij met inzichten uit de cognitiewetenschap over hoe wij informatie verwerken en opslaan in ons geheugen en hoe wij die informatie vervolgens benutten.

Veel religieuze praktijken hangen samen met informatie die wij opgeslagen hebben in het impliciete of zogenaamde niet-declaratieve geheugen. Dat is het deel van het geheugen waarin ‘onbewuste’ vaardigheden, zoals fietsen of lezen, zijn opgeslagen, en dat gesitueerd is in bepaalde delen van ons brein, onder meer in de basale kernen of ganglia. Daar zit de informatie die ons religieuze handelen vaak onbewust of impliciet stuurt, omdat die informatie door voortdurende herhaling als het ware deel is geworden van onze automatische piloot. Andere informatie, die vooral te maken heeft met een heftige religieuze ervaring, zoals een aangrijpend ritueel dat we hebben meegemaakt of een mystieke ervaring die ons is overkomen, zit opgeslagen in het zogenaamde episodische geheugen, dat deel van ons geheugen waar de herinnering wordt bewaard aan concreet in tijd en plaats gesitueerde gebeurtenissen. Van die ervaringen weten we nog precies wanneer en waar ze zich hebben voorgedaan. Het episodische geheugen waarin ze zijn opgeslagen, is deel van het zogenaamde expliciete of declaratieve geheugen, dat in het brein wordt gesitueerd in de mediotemporale cortex.

De religieuze informatie die in het impliciete geheugen ligt opgeslagen en die dus onze wortels vormt, kan wakker geroepen worden en geactiveerd worden door een expliciete religieuze ervaring, een ervaring die ons emotioneel raakt. Voor zulke ‘wakker geroepen religiositeit’ zou ik graag het woord spiritualiteit willen reserveren. Onder religiositeit versta ik het geheel van opvattingen en handelingen waardoor en waarmee mensen aan hun eigen bestaan zin en betekenis geven door het te verbinden met iets dat hen overstijgt, iets dat hen draagt of omgeeft, iets dat groter is dan zijzelf. En onder spiritualiteit versta ik dan vervolgens religiositeit die in een mensenleven iets in beweging zet, die een dynamische en veranderende kracht in iemands leven wordt. Die dynamiek verbinden wij graag met vrijheid: de eigen keuzes die wij maken. Kort gezegd: spiritualiteit is religiositeit die gaat kriebelen. Traditionele religiositeit die in ons impliciete geheugen opgeslagen ligt, als deel van onze wortels, is dus nog geen spiritualiteit. Maar ze kan het wel worden als zij zich verbindt met vrijheid, als zij geprikkeld wordt tot dynamiek.

Eerste en tweede taal

Ik zou aan de metafoor van de wortels nog graag die van de taal willen toevoegen: de traditionele wortels van onze religiositeit vormen tegelijk onze eerste taal. Je kunt besluiten die taal niet meer te gebruiken, maar je verliest haar nooit helemaal. Er is veel taalkundig onderzoek gedaan naar eerstetaalverlies (first language attrition) en naar het aanleren van een tweede taal, bijvoorbeeld bij migranten. Wie zijn eerste taal niet meer heel regelmatig gebruikt, wordt minder geoefend in die taal en maakt eerder fouten. Maar toch verliest de spreker die taal nooit helemaal. Hij slaat haar op in een statische, min of meer ‘zuivere’ vorm. En die vorm kan verouderen. Bij de actieve gebruikers van de eerste taal blijft die taal zich namelijk ontwikkelen en dus verandert zij. Bij de niet-meer-gebruiker wordt ze in een oude vorm opgeslagen. Wie wil weten hoe een dialect van rond 1950 heeft geklonken, moet onderzoek gaan doen bij emigranten die zijn vertrokken naar landen waar een heel andere taal gesproken wordt. De migranten hebben hun eerste taal veelal in hun impliciete geheugen opgeslagen in de staat waarin die zich bevond toen zij ophielden haar dagelijks te gebruiken.

Journalisten en opiniemakers vallen soms terug op hun impliciete geheugen en halen beelden tevoorschijn van het christendom van enkele decennia geleden

Zo is het ook met velen die hun eerste religieuze taal niet meer gebruiken: mensen die afstand hebben genomen van het geloof van hun jeugd, van hun christelijke wortels. Ook zij hebben veelal een inmiddels achterhaald beeld van het katholicisme of het protestantisme opgeslagen in hun impliciete geheugen: dat van het katholicisme of het protestantisme zoals het was toen zij er afstand van namen. Het speelt journalisten en opiniemakers nogal eens parten: wanneer ze in de actualiteit plotseling met religie geconfronteerd worden, halen zij uit het archief van hun impliciete geheugen de beelden tevoorschijn van het christendom van enkele decennia geleden.

Wie zich ooit een eerste taal heeft meester gemaakt, kan zich ook een tweede en een derde taal eigen maken. En dat kan hij des te beter dankzij die eerste taal. De meeste mensen verwerven hun tweede taal via de regels en vormen, de matrix of de mal van hun eerste taal. Ik denk dat het ook met religieuze talen zo gaat. Wie in Europa zegt boeddhist te zijn, is – als hij althans geen immigrant is uit een boeddhistisch cultuurland – boeddhist in een door het christendom getekende vorm. Hij spreekt de tweede religieuze taal in de grammatica van zijn eerste taal, zoals de Duitse religiewetenschapper Michael von Brück zegt. En wie zich als bekeerling op latere leeftijd het katholicisme als tweede religieuze taal heeft eigen gemaakt, gebruikt die taal op een andere manier dan wie, zoals ik, met datzelfde katholicisme als eerste taal is opgegroeid.

Bedding en veelstromenland

Behalve de metafoor van de wortels en die van de taal zou ik nog een derde metafoor willen invoeren: die van de bedding. Ons leven en ons zoeken naar zingeving heeft vaak iets van een onstuimige rivierstroom, die soms ondergronds gaat en dan weer aan de oppervlakte komt. De traditie biedt aan die rivier een bedding. Soms zal die rivier buiten haar oevers treden, soms zal zij door de bedding heen breken, soms laat zij nieuwe zijrivieren ontstaan, soms ook komen verschillende rivieren samen in één stroom. Zo kan het ook gaan met onze spiritualiteit: er kan water in samenvloeien uit verschillende bronnen en stromingen, de rivier kan gevoed worden door grondwater en door regenwater, door beken die uit onvermoede richtingen komen. Maar graag zoekt het water van die wilde rivier toch oude en vertrouwde beddingen op: de traditie dus.

Die traditie is verre van eenvormig. Zij is een veelstromenland en bestaat eigenlijk altijd in meervoud

Die traditie is overigens verre van eenvormig. Zij is een veelstromenland, om de metafoor van de rivier en de bedding nog even vast te houden. Anders gezegd: traditie bestaat eigenlijk altijd in meervoud, in tradities. Er bestaat in allerlei gemeenschappen, vooral in religieuze instituties, maar ook in politieke debatten over identiteit, een grote drang om de complexiteit van het verleden te reduceren tot één homogene en lineaire traditie. Mensen hebben behoefte aan overzicht en maken daarom graag constructies die helder en goed geordend zijn: ‘het’ christendom, ‘het’ boeddhisme, ‘de’ traditie, ‘de’ Vlaamse of Nederlandse identiteit enzovoort.

Die tendens kan, toegepast op religieuze tradities, met de Amerikaanse religiewetenschapper Dale Irvin beschreven worden als een ‘totaliserende opvatting van traditie’. Het complexe verleden wordt teruggebracht tot één dominant verhaal, één master narrative van ‘de’ geschiedenis van ‘het’ christendom. Het product van deze totalisering van de traditie is een voorstelling van de geschiedenis van het christendom die dominant of exclusief Europees is, die vooral de geschiedenis is van mannen en die vooral de geschiedenis is van ambtsdragers en andere ‘religieuze professionals’.

Tegen deze simplificatie en domesticatie van het verleden is al vaker protest aangetekend door historici vanuit verschillende invalshoeken. Zij pleiten voor een herlezing van het verleden die ernaar streeft om de veelvormigheid van tradities niet in nieuwe totaliserende concepten te laten oplossen, maar die recht doet aan de diversiteit van het verleden en de diversiteit van de historische identiteit van – in dit geval – het christendom. Irvin vat dit samen in het streven naar een genealogische lezing van het verleden, of liever van de verledens – in meervoud dus – van religie, kerk en geloof. Die genealogische lezing leidt tot een pluralisering van het verleden: er is niet ‘één’ geschiedenis van het christendom, er zijn véle geloofwaardige geschiedenissen. Of anders gezegd: de geschiedenis van het christendom is niet de geschiedenis van één weg, maar de geschiedenis van wegen en dwarswegen, van ‘multiple trajectories’. Dus niet een geschiedenis van traditie, maar van tradities in meervoud.

En in die geschiedenis worden voortdurend keuzes gemaakt uit het veelvormige aanbod aan mogelijkheden. Het resultaat van dat historische keuze- en selectieproces zijn tradities in de zin van afgebakende, min of meer canonieke religieuze stromingen. Die stromingen ontlenen hun identiteit aan hun traditie, dat wil zeggen aan de keuzes die in hun geschiedenis gemaakt zijn en die doorwerken in hun geloofsbelijdenis, in hun stijl van ritueel vieren, in hun manier van herinneren en gedenken, in de verhalen die zij vertellen, in hun organisatievorm en bestuursstructuur enzovoort. Individuele mensen ontlenen vervolgens hun identiteit weer aan het behoren tot een dergelijke stroming, tot een traditie.

Die traditie is, om terug te komen bij een eerder beeld, voor hen als een taal. Maar zij gebruiken heus niet alle woorden uit die taal. Zij laten bepaalde stijlvormen of grammaticale regels van die taal ongebruikt. En anderzijds halen zij uit het repertoire van die taal bepaalde lievelingswoorden, zinswendingen of stijlfiguren, die zij juist heel vaak en met liefde gebruiken. Zo maakt dus iedere gebruiker zijn eigen keuze uit het aanbod van de taal. Of om de eerste metafoor, die van de wortels, nog eens te gebruiken: wij koesteren bepaalde wortels en wij laten andere wortels voor wat zij zijn. Er worden dus voortdurend keuzes gemaakt uit de traditie, of de tradities, zowel in de onderdelen waaruit die tradities zijn samengesteld als in de intensiteit waarmee wij die onderdelen gebruiken.

Wij gaan vrij om met de traditie waarin wij geworteld zijn, maar het zijn tegelijk wel die wortels die ons voeden tot vrijheid

Wij gaan vrij om met de traditie waarin wij geworteld zijn, maar het zijn tegelijk wel die wortels die ons voeden tot vrijheid. Wij kunnen ervoor kiezen onze wortels te koesteren. Maar wij kunnen ze ook als een belemmering ervaren. De ene wortel kan de uitgroei van de andere in de weg staan. En dan kan het soms nodig zijn in onze wortels te snoeien. Zoals het soms nodig kan zijn om, juist uit respect voor de traditie, afscheid te nemen van elementen uit het verleden, bepaalde woorden uit onze eerste taal maar niet meer te gebruiken of een nieuwe bedding te zoeken voor onze spirituele levensrivier.


Literatuur

Voor de theorie van Harvey Whitehouse verwijs ik naar zijn boek Modes of Religiosity. A Cognitive Theory of Religious Transmission, Oxford 2004.

De gedachten over de pluraliteit van tradities zijn deels gebaseerd op Dale T. Irvin, Christian Histories, Christian Traditioning. Rendering Accounts, Maryknoll, New York 1998.

Enkele gedachten over het keuzeproces in spiritualiteit en het belang van traditie als bedding zijn verder uitgewerkt in mijn artikelen, ‘De geschiedenis van de christelijke spiritualiteit als een weg van kiezen en delen’, Speling 53 (2001) nummer 4, 7-14, en in ‘Spiritualiteit en levensweg: ook gebaande paden kunnen avontuurlijk zijn’, Speling 70 (2018) nummer 3, 13-18.

Bio

Peter Nissen (1957) studeerde theologie en kerkgeschiedenis in Nijmegen en promoveerde in 1988 in Amsterdam. Hij doceerde kerkgeschiedenis aan verschillende theologische opleidingen en was in Tilburg en Nijmegen hoogleraar in onder meer kerkgeschiedenis, cultuurgeschiedenis van het christendom, cultuurgeschiedenis van de religiositeit en spiritualiteitsstudies. Hij gaat binnenkort met emeritaat als hoogleraar oecumenica aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Daarnaast is hij als predikant betrokken bij het oecumenische project ‘ZielZin: een plek voor dromen en dwarse gedachten’ in Nijmegen. Hij voelt zich gevoed door de benedictijnse spiritualiteit.

Bron: Tijdschrift voor Geestelijk Levennr. 2021/3, themanummer: Vrijheid, een illusie?

Voor verdere informatie over TGL zie www.tgl.be. Besteladres Nederland: ahmmetz1941@kpnmail.nl. Besteladres België: abonnementenTGL@kerknet.be. Kosten per los nummer: € 8,50 plus verzendkosten.

 

Peter Nissen

Lees meer

Peter Nissen (1957) studeerde theologie en kerkgeschiedenis in Nijmegen en promoveerde in 1988 in Amsterdam. Hij doceerde kerkgeschiedenis aan verschillende theologische opleidingen en was in Tilburg en Nijmegen hoogleraar in onder meer kerkgeschiedenis, cultuurgeschiedenis van het christendom, cultuurgeschiedenis van de religiositeit, spiritualiteitsstudies en oecumenica. Ook was hij decaan van de theologische faculteit van de Radboud Universiteit en voorzitter van de landelijke onderzoekschool Noster. Momenteel is hij voorzitter van de Beraadgroep Geloof en kerkelijke gemeenschap van de Raad van Kerken in Nederland. Hij voelt zich gevoed door de benedictijnse spiritualiteit.

Reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Verder lezen

Eerste week Advent 2022

Treurt

Treurt met de hemelen
Treur  alle mensen van goede wil
Treur en blaas op de midwinterhoorn

Treur om wie neerschieten zonder aanzien
Treur om wie kinderen, moeders, hoogbejaarden neerknallen
Treur om wie alle oorlogsrechten verpletteren
Treur om wie flats en scholen en ziekenhuizen niet ontzien
Treur om wie dorpen en steden verwoesten
Treur om alle verlies van menselijkheid

Treur  en blaas met heel je ademkracht omdat je de hoop niet opgeeft
Treur omdat je in vrede blijft geloven
Treur uit liefde voor alle kwetsbare onschuldige mensen
Treur zonder voorkeur
God houdt van iedere  mens die licht en liefde wil zijn

Treurt nu zoveel mensen op de vlucht moeten
Treurt om wie veilige herbergen in brand steken
Treurt zolang er getreurd moet worden
Zalig de treurenden die het goede voor ogen houden
Zalig de treurenden die gericht zijn op de Algoede


Marinus van den Berg
EERSTE ZONDAG VAN ADVENT
27 november 2022

Over de Bezieling

De Bezieling is een gratis online kwaliteitsmagazine voor mensen die op zoek zijn naar inspiratie, bemoediging en ankerpunten in het leven en daarbij nieuwsgierig zijn naar wat de christelijke traditie te bieden heeft.

Vrienden van de bezieling

De vriendenkring is in het leven geroepen om de basis van de Bezieling te verstevigen. De vrienden dragen in belangrijke mate bij aan de ontwikkeling en financiële stabiliteit van het platform.

Het lidmaatschap bedraagt 60 euro per jaar (méér mag) en kan op ieder moment ingaan. Als Vriend maak je de Bezieling mee mogelijk en daarmee de ontmoeting van hedendaags leven en christelijke spiritualiteit.

Volg de bezieling

Aanmelding nieuwsbrief

cross