Steun ons

Gods broosheid vraagt om voorzichtig behoeden

28 juni 2017
3 minuten

De populariteit van de dichter Rainer Maria Rilke heeft onder andere te maken met zijn herkenbaar religieus idioom. Toch is de toegankelijkheid bedrieglijk, want steeds blijkt het goddelijke nóg weer anders te kunnen zijn. “God laat zich niet vastpinnen, maar is ook geen speelbal voor mystieke experimenten.”

Door Erik Corsius

Raadselachtig qua inhoud en betoverend qua vorm: zo zijn de gedichten van Rainer Maria Rilke (1875-1926). Zijn status als popster onder de grote Duitstalige dichters heeft hij mede te danken aan deze merkwaardige combinatie van enerzijds een vorm die helder en zuiver is als geslepen kristal en anderzijds een inhoud die suggestief en geheimzinnig is. De perfecte taalbeheersing van Goethe verbindt hij met de bezwerende toon van Hölderlin of Trakl.

Eerlijk gezegd kan dit bij de lezer ook wat argwaan oproepen, zeker in een vroege bundel als Das Stundenbuch (vertaald als Het Getijdenboek). Gaat het zwelgen in klankeffecten niet met de dichter op de loop – ten koste van de begrijpelijkheid? Leidt het weelderig strooien met vondsten op het gebied van rijm en ritme niet tot geforceerde gedachtesprongen? Is de uitgebalanceerde vorm niet het procrustesbed van de inhoud? Bezondigt de dichter zich zelfs niet aan effectbejag?

Spirituele toon

Toch word ik telkens door Rilke geboeid en, ja, geïntimideerd. Ik geef hem het voordeel van de twijfel en ga er maar vanuit dat mijn argwaan een allergische reactie is op de huiver voor het geniale. Daarbij speelt ook het feit een rol dat Rilke, bijvoorbeeld in Het Getijdenboek, een spirituele toon aanslaat en zich bedient van een herkenbaar religieus idioom. Op bedrieglijke wijze appelleert hij daarbij aan een pantheïstisch-mystiek levensgevoel, waarin God en mens een bijna symbiotische relatie aangaan. Bedrieglijk… want Rilke komt altijd weer uit bij het ondoorgrondelijke en onbereikbare van het goddelijke geheim, dat alle oude en nieuwe vormen en gedachten doet sterven.

Speelse extase

Onovertroffen komt dit tot uitdrukking in het gedicht ‘Als ik ergens zou zijn gegroeid’, waarin Rilke een mogelijke weg naar God aftast en de lezer daarbij op het verkeerde beeld zet. De eerste regels suggereren dat hij die weg heeft gevonden. Deze weg ligt aan gene zijde van het krampachtige vasthouden van de traditie. Het is de weg van het genietende loslaten. Het is de weg van speelse extase, van het grote, verkwistende en wegwerpende gebaar.

“Als ik ergens zou zijn gegroeid

Waar de dagen lichter zijn en de uren slanker:

Dan zou ik voor jou een groot feest hebben uitgevonden

En zouden mijn handen jou niet zo hebben vastgehouden

Zoals nu bij wijlen: angstig, hard.

 

Daar zou ik het hebben aangedurfd, jou te verkwisten,

Jij onbegrensde tegenwoordigheid.

Als een bal

Had ik je geslingerd in alle golvende

Vreugde, opdat iemand je zou vinden

En jouw val met opgeheven hand tegemoet zou springen,

Jij, ding der dingen.

 

Ik zou je hebben laten schitteren

Als het lemmet van een dolk.

Ik zou jouw vuur laten omvatten

Door een ring van het zuiverste goud,

En deze ring zou dit vuur ophouden

Boven de witste hand.

 

Ik zou je schilderen: niet op de muur,

Doch aan de hemel zelf, van het ene uiteinde tot het andere.

Ik zou je hebben gevormd, zoals een reus

zou doen: als berg, als vuur,

als  woestijnstorm, opgebouwd uit zand.”

 

Er wordt hier een mogelijk nieuw perspectief op God geopend…. maar dan slaat de sfeer van het gedicht om. Het zou nóg anders kunnen zijn. En het blijkt ook daadwerkelijk anders te zijn. Het voorwaardelijke spreken maakt plaats voor de directe tegenwoordige tijd.

 “Of

Het zou ook zo kunnen zijn: ik vond

Je een keer….

Mijn vrienden zijn ver weg,

Ik hoor nog nauwelijks hun gelach galmen;

En jij: jij bent uit je nest gevallen,

Bent een jong vogeltje met gele klauwtjes

En grote ogen en je wekt mijn medelijden.

(Mijn hand is veel te breed voor jou.)

En ik haal met mijn vinger een druppel uit de bron

En hoor of jij hem snakkend opvangt

En ik voel jouw hart en het mijne kloppen

En beide van angst.”

 

Welbegrepen angst

Het extatische loslaten en wegwerpen is, evenmin als het krampachtige vasthouden, een antwoord op de vraag naar God. Dat komt doordat de dichter een onvermoed aspect van God ontdekt: diens kwetsbaarheid. God laat zich niet vastpinnen, maar is ook geen speelbal voor mystieke experimenten. De ontdekking van Gods broosheid vraag om een nieuwe houding, de houding van het omzichtige behoeden. Religiositeit is, zo lijkt Rilke te zeggen, welbegrepen angst, angst om de breekbaarheid van de ander.

 

(De citaten van Rilke zijn een eigen werkvertaling. Eric Corsius.)

Eric Corsius

Lees meer

Eric Corsius (1964) is theoloog en werkzaam voor religieuzen in Nederland en ommelanden. Eric woont in het cultureel en landschappelijk rijk bedeelde Roergebied. Hij is lid van diverse linkse kerken, maar bezondigt zich soms aan politiek-incorrecte ketterijen. Eric is te vinden op Twitter en zijn eigen weblog (ericcorsius.nl). Hij vindt van alles en ontdekt altijd nog meer. Voor de Bezieling verzorgt hij een cultuurrubriek.

Reacties

  1. Wat een prachtige vertaling en wel omschreven stuk.
    Ik herken ook de huiver voor het geniale!
    Komt dit gedicht uit het Getijdenboek? Is helaas 1 van de weinige bundels die ik nog niet heb.... Is lastig te bemachtigen.

    1. Dank u voor uw reactie. Inderdaad zijn de 'citaten' uit het 'Stundenbuch'. In het Duits is het goed verkrijgbaar. In het Nederlands of een andere vertaling zal het wel wat moeilijker zijn inderdaad. Als vroeg werk van Rilke, heeft de bundel blijkbaar ook een zekere Assepoesterstatus.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Verder lezen

Meer van 

Eerste week Advent 2022

Treurt

Treurt met de hemelen
Treur  alle mensen van goede wil
Treur en blaas op de midwinterhoorn

Treur om wie neerschieten zonder aanzien
Treur om wie kinderen, moeders, hoogbejaarden neerknallen
Treur om wie alle oorlogsrechten verpletteren
Treur om wie flats en scholen en ziekenhuizen niet ontzien
Treur om wie dorpen en steden verwoesten
Treur om alle verlies van menselijkheid

Treur  en blaas met heel je ademkracht omdat je de hoop niet opgeeft
Treur omdat je in vrede blijft geloven
Treur uit liefde voor alle kwetsbare onschuldige mensen
Treur zonder voorkeur
God houdt van iedere  mens die licht en liefde wil zijn

Treurt nu zoveel mensen op de vlucht moeten
Treurt om wie veilige herbergen in brand steken
Treurt zolang er getreurd moet worden
Zalig de treurenden die het goede voor ogen houden
Zalig de treurenden die gericht zijn op de Algoede


Marinus van den Berg
EERSTE ZONDAG VAN ADVENT
27 november 2022

Over de Bezieling

De Bezieling is een gratis online kwaliteitsmagazine voor mensen die op zoek zijn naar inspiratie, bemoediging en ankerpunten in het leven en daarbij nieuwsgierig zijn naar wat de christelijke traditie te bieden heeft.

Vrienden van de bezieling

De vriendenkring is in het leven geroepen om de basis van de Bezieling te verstevigen. De vrienden dragen in belangrijke mate bij aan de ontwikkeling en financiële stabiliteit van het platform.

Het lidmaatschap bedraagt 60 euro per jaar (méér mag) en kan op ieder moment ingaan. Als Vriend maak je de Bezieling mee mogelijk en daarmee de ontmoeting van hedendaags leven en christelijke spiritualiteit.

Volg de bezieling

Aanmelding nieuwsbrief

cross